De middenmoter

,,Deze man dames en heren, met rugnummer 160, die voor onze jurywagen stand op de pedalen versnelt, dat is een mooie middenmoter. Geef ‘m een welverdiend applausje!” Vandaag geen eigen publiek mee, deze eerste rit van de Amsterdamse Cross Competie editie 2016. Dus de woorden van de speaker klinken als muziek in m’n oren. Brandstof voor geest & spieren. Ik gooi er nog wat tegenaan en scheur de bocht om, het modderpad in.

Nog enkele minuten voor de start. Iedereen klaar of rommelt aan fiets of kleding. Nonchalant gekeuvel tussen bekenden die na maanden weer zijn ontmoet. Een ander kijkt al wat zenuwachtig naar de starter. De bekende gespannen stoere joligheid van mannen. Grapjes over snellere grasbanden die er nog snel vanochtend omgegooid zijn versus dikkere mtb-banden die ”zonder meer – dat weet toch iedereen!” trager zouden zijn in dit parcours. Mountainbiken blijft een ‘spulletjes-sport’ en iedereen weet het ’t beste of bluft zich een bak ervaring. Eén ding is wel duidelijk: overal om me heen lage rugnummers; die rijden al jaren dit soort wedstrijden. Ik moet aan de bak. Wat goed uitkomt; daarom zocht ik deze polder van Nieuwveen op.

Het blijkt weer zo’n rit dat ik àlles zelf moet doen.

Je kent ’t wel. Soms gaat ‘t vanzelf. Heb je de benen. Zo makkelijk. Andere keren echt niet. Dan hoop je dat souplesse en kracht na een tijdje zwoegen wel in je lichaam naar boven komen. En soms zelf gaat dat omslagpunt, waar je naar uitkijkt, ook weer zo ongemerkt voorbij, dat je ineens ‘omkijkt’ en denkt ‘hé; nu gaat ’t weer soepeltjes, ik ben die grens toch overgegaan, ongemerkt’.

Maar vandaag niet. Vandaag moet ik allemaal zelf aan de bak. Geen hulp van ‘onbekende krachten in de sport’.

HO! Dit wil ik niet! Dit negatieve gevoel dat het niet gaat lukken. Aanzetten en doorrossen! Niet ff rustig an of bijkomen en wachten op die goeie benen. Nee, doorrossen! Door dat punt heen en de weg vinden uit zuigende modder, vertragende natte gras, vuile steile heuvel, remmende mulle zand. Voor me duikt nummer 160 op. Hup! Inhalen! Die solo-actie trekt me over ’t dooie punt heen. Ik wurm me in de positie dat ik opgejaagd wordt. Kijken of dàt  werkt. Ik laat me toch zeker niet inhalen door zo’n type die ik zo kon passeren?!

Het trucje werkt maar een minuut of twee. Dan voel ik me echt leeg.

GA UIT M’N HOOFD!!

Al dat gedenk! Ik moet niet denken, maar gewoon ‘hersenloos’ fietsen. Maar dit is toch leuk voor je stukkie? Je column ‘het gaat niet vandaag, maar toch leuk materiaal om over te schrijven?!’

Ja zeg, wel aansluiten! Geen gat laten vallen, dan is 160 weg. Ik bagatalliseer dat ik gepasseerd ben met de gedachte dat ik ‘m elk moment weer kan inhalen als ik even aanzet. NOT! Hoofd zegt ‘ja’, benen blijven bij ‘nee’. Het gat groeit. Ik zei het al; het is weer zo’n dag. En dat blijft het ook.

HUH?! Als fiets &  ik na 45 minuten leeggereden de finish passeren, hoor ik de speaker m’n naam omroepen plus startnummer. Huh?! Niet 160?! Ik blijk 16…1. Honderdzestig was die kerel die voor me, waar ik zo lang achter op z’n rugnummer tuurde dat getal 160 tussen m’n oren is gaan zitten.

Ik blijk geen middenmoter en het applausje was ook niet voor mij. Al was die illusie vanochtend wel m’n enige brandstof…

Mountainbiker Henk van Zanten schrijft op deze plek regelmatig over het fietsen. Van heuvel tot strand, van zuid tot noord. Waarom uitdagingen moeten, tandwielen horen te knarsen en vriendschap zo’n mooie brandstof is. Bespreekt technische tips, praktijkervaringen en advies van tegenstanders en pelotongenoten. Hoe makkelijk het is op de fiets te stappen en wat weg te trappen. Dat alles met veel vaart èn humor. Want mountainbiken is gewoon overal goed voor!


IK WIL MIJ INSCHRIJVEN VOOR DE BEACHBATTLE 2016!

recente berichten